Nooit gedacht dat we in volle zomer een cd zouden gaan vergelijken met de zwarte sazie die we traditioneel, maar toch vooral op herfsitge winteravonden, als tv-dekentje bezigen. Edoch. Homeland van monogold is nu eenmaal hartverwarmend zoals een Luikse wafel dat kan zijn op een druilerige winkelslenterdag. Van breed meanderend - We'll find our home en So we say - tot kortsprakerig knap - Without en Some day - maar toch altijd keihard in your face. Amai, zo schoon…
Stijn Vanderhaeghe, Menzo (september 2011)
---------------------------------------------------------------
Monogold lijkt er geen zier om te geven dat ze opereren in de uithoek van het popuniversum waar uitgebluste stromingen als postrock en slowcore naar verbannen werden.
Of dat de recensies van hun tweede plaat - voorspelbaar - vol zullen staan met verwijzingen naar 'desolate soundscapes', 'woest IJslands natuurschoon' en 'soundtracks bij imaginaire kunstzinnige films'.
Het Gentse viertal concentreert zich op de essentie: trage, uitgesponnen liedjes als 'So We Say' en 'Without', die ze zorgvuldig bij elkaar puzzelen met trillende gitaren, tinkelende toetsen, diffuse engelenzang en beheerste oprispingen van lawaai.
Hun majestueuze songs doen nét genoeg denken aan Sigur Rós, Low of Kranky-blisspop om u in 'Homeland' binnen te loodsen.
Daarna glijden ze behoedzaam door voortdurend wisselende licht/schaduw-contrasten, dromerige passages en ijle melodieën, zodat u blijft luisteren.
Vooral 'All Around' en 'Duyster'-favoriet 'Silence' slingeren zich sierlijk doorheen de schemerzone tussen mysterie en schoonheid, en bewijzen en passant dat songs niet überhip of razend vernieuwend hoeven te zijn om dagenlang door uw hoofd te blijven spoken.
(hs), Humo (juli 2011)
---------------------------------------------------------------
Dit kwartet uit Gent maakt harmonieuze popmuziek. Dat doet het volledig op gevoel en wil daar niet graag een label of stijl aan gehangen zien. Omschrijven kan het die zelf wonderwel: ‘We weten dat er onweer aan zit te komen, maar toch kiezen we ervoor te gaan wandelen en de nakende dreiging te omarmen.’ Mooi verwoord.
Het bandgeluid sluit in een aantal tracks nauw aan bij dat van Sigur Rós, al is het daar zeker geen kopie van. Ook verwerkt de band elementen uit de postrock, is de zang vaak fraai hoog en meerstemmig en is de aanpak subtiel, ingetogen en minimalistisch. Vrolijk word je er niet van, ijzingwekkend mooi is het wel.
Willem Jongeneelen, Oor (juli 2011)
---------------------------------------------------------------
Monogold zweert bij een a-modieuze romantiek, die een stuk trager beweegt dan je normaal hoort. Homeland ( ) is een harmonieuze collectie van negen minimalistische songs, die op veel herhalingen bouwen en een treurig gevoel nalaten.
Al is het duidelijk dat dit Gentse kwartet zijn eigen weg wil zoeken - het vorige album klonk veel poppier. Deze muziek zal ongetwijfeld vergeleken worden met de atmosferische accenten van IJslandse bands. De hoge zang en ijle orchestratie kan ook in verband gebracht worden met filmmuziek. Dit is muziek die je moet zien.
Zoveel persoonlijkheid verdient lof.
Peter Van Tyghem, De Standaard (juni 2011)
---------------------------------------------------------------
Het Gentse viertal Monogold debuteerde in 2008 met een titelloze cd op Kinky Star, maar is intussen in muzikaal opzicht aanzienlijk geëvolueerd. Dat merk je aan opvolger Homeland een even doorvoeld als ingetogen werkstuk dat steunt op meerstemmige zangpartijen, een elegante piano en lyrisch gitaarspel dat occasioneel de grenzen van de noise verkent. De groep maakt dromerige, melodieuze songs waarin de emotie het voor het zeggen heeft en sfeer het sleutelwoord is. Net als landgenoten Yuko en Motek speelt Monogold met elementen uit de postrock, maar weet ze de clichés van het genre handig te omzeilen. De tempo’s liggen laag en soms, zoals in “We’ll Find A Home” of “So We Say”, gaat de groep de epische toer op. Doorgaans klinkt Homeland echter als de soundtrack bij een desolate film die nog gedraaid moet worden. Het instrumentale “Grace” of het van sierlijk toetsenwerk voorziene “All Around” illustreren dat perfect.
Echt nieuw kun je de sound van het kwartet niet noemen: opener “Silence” leunt aan bij het werk van Low en elders -in “Without” en de titeltrack bijvoorbeeld- lokken de uitgekiende arrangementen en de ijle koorknapenstem spontane associaties met Sigur Rós uit. Daarmee willen we geenszins suggereren dat Monogold geen eigen gezicht zou hebben. Voor zover er al van een verwantschap met Jónsi en de zijnen sprake is, zit die vooral in een gedeelde state of mind, een bezonkenheid die je wel vaker bij Ijslandse groepen aantreft. Monogold maakt muziek als stilstaand water, maar wie de moeite neemt om onder de oppervlakte te kijken zal merken dat er in de songs voortdurend interessante dingen gebeuren. Duysterfans mogen dit plaatje alvast zonder nadenken op hun boodschappenlijst zetten.
Dirk Steenhaut, Goddeau.com (juni 2011)
---------------------------------------------------------------
"Het zo goed als live opgenomen 'Homeland' (geen overdubs, enkel de zangpartijen werden nadien op band gezet) vult op ontroerende en sacrale wijze de leemte tussen postrock en uitgesponnen droompop. Hein De Wolf, Boy, Tom Boute en Sven De Potter hebben op die manier hun eigen '()' (Sigur Rós) gecreëerd. 'Homeland' is een melancholische sfeerplaat met een pakkende sound."
Bram Vermeersch, RifRaf #226 (juni 2011)
